Waarom we in de liefde niet altijd kiezen wat goed voor ons is

Wanneer singles op zoek gaan naar een nieuwe partner, vertrekken ze vaak vanuit het idee dat ze heel bewust kiezen. Dat ze ondertussen wel weten wat bij hen past. En toch zie ik in de praktijk dat dit voor een deel van de singles anders loopt.

Niet voor iedereen. Er zijn absoluut mensen die gezonde keuzes maken en niet vastzitten in terugkerende patronen. Maar er is ook een duidelijke groep die, zonder het te beseffen, telkens opnieuw in een gelijkaardige dynamiek terechtkomt.

En dat heeft minder te maken met pech, en veel meer met hoe ons brein werkt.

De onbewuste kracht van vertrouwdheid

Ons brein is geen objectieve beslisser. Het is in de eerste plaats gericht op herkenning en veiligheid. En veiligheid wordt vaak gelijkgesteld aan wat we kennen.

Binnen de psychologie wordt dit onderbouwd door de hechtingstheorie van John Bowlby. Hij beschreef hoe we al op jonge leeftijd een interne blauwdruk ontwikkelen van hoe liefde en verbinding eruitzien.

Later hebben Cindy Hazan en Phillip Shaver aangetoond dat deze hechtingspatronen zich effectief doorzetten in onze volwassen liefdesrelaties.

Wat we ooit gekend hebben, voelt later vaak normaal aan. Zelfs wanneer dat objectief gezien geen gezonde situatie was.

Waarom sommige mensen blijven herhalen

Voor een aantal singles vertaalt zich dat in een terugkerend patroon. Ze voelen zich aangetrokken tot een bepaald type partner dat hen eigenlijk niet geeft wat ze nodig hebben.

Dat fenomeen werd al beschreven door Sigmund Freud als repetition compulsion: de neiging om onbewust oude patronen te herhalen.

Daarnaast speelt ook het mere exposure effect, beschreven door Robert Zajonc. Dat principe toont aan dat mensen zich vaker aangetrokken voelen tot wat ze herkennen, simpelweg omdat het vertrouwd is.

Neurowetenschappelijk weten we vandaag dat het brein een voorspellingssysteem is. Het kiest sneller voor bekende patronen omdat die minder energie vragen. En dus voelt vertrouwd vaak als veilig, zelfs wanneer het dat niet is.

Waarom de juiste match soms anders voelt

Wat ik vaak zie, is dat wanneer iemand eindelijk een partner ontmoet die wél gezond is, die persoon in het begin minder vanzelfsprekend aanvoelt.

Niet omdat er geen potentieel is, maar omdat die dynamiek niet overeenkomt met wat het brein gewend is.

Dat is een cruciaal moment. Want daar bots je op het verschil tussen chemie die gebaseerd is op oude patronen, en connectie die gebaseerd is op echte compatibiliteit.

De rol van een matchmaker gaat verder dan matching

Ik kijk niet alleen naar wie iemand aantrekkelijk vindt, maar ook naar waarom. Naar patronen die zich blijven herhalen. Naar keuzes die logisch lijken, maar op lange termijn niet werken.

Voor singles die merken dat ze in een vicieuze cirkel zitten, is dat vaak de missing link. Omdat je je eigen blinde vlekken nu eenmaal moeilijk zelf ziet.

Door die patronen zichtbaar te maken, ontstaat er ruimte om anders te gaan kiezen. Om je open te stellen voor een type partner dat misschien minder vertrouwd aanvoelt, maar wel beter bij je past.

In de psychologie spreekt men hier over een “corrective emotional experience”: nieuwe, gezonde ervaringen die helpen om oude patronen te doorbreken en als het ware te herschrijven.

Kiezen voor wat werkt

Niet iedereen zit vast in verkeerde patronen. Maar als je merkt dat je telkens opnieuw in dezelfde soort relatie terechtkomt, is het geen toeval meer.

Dan is het een patroon.

En patronen kan je doorbreken. Maar zelden alleen.

Dat vraagt bewustwording, begeleiding en soms ook de bereidheid om keuzes te maken die in het begin anders aanvoelen dan wat je gewoon bent.

Dat is exact waar ik met mijn cliënten op werk als dit nodig is.

Niet door hen simpelweg te matchen met iemand nieuw, maar door ervoor te zorgen dat ze uiteindelijk ook effectief kiezen voor iemand die bij hen past.

Want de juiste match gaat niet alleen over aantrekkingskracht.

Het gaat over kiezen voor een relatie die werkt. Op lange termijn.


Referenties

  • Bowlby, J. (1969). Attachment and Loss
  • Hazan, C. & Shaver, P. (1987). Romantic love conceptualized as an attachment process
  • Freud, S. (1920). Beyond the Pleasure Principle
  • Zajonc, R. (1968). Attitudinal effects of mere exposure

Als je dit leest en merkt dat je jezelf hierin herkent, dan weet je ook dat blijven doen wat je altijd deed, je waarschijnlijk dezelfde uitkomst zal blijven geven.

En misschien is dat net het moment om het anders aan te pakken.

Geschreven voor Matchmaker Audrey - Elite Matchmaker